Oud-leerlingen getuigen

In februari hebben veel zesdejaars al een vermoeden van wat het voortgezet onderwijs voor hen zal betekenen, maar ze worstelen nog vaak met allerlei angsten en praktische vragen. De beste personen om hen gerust te stellen, zijn jongeren die hetzelfde traject op onze school hebben doorlopen en zich nu in de volgende fase bevinden.

Zes oud-leerlingen waren bereid om op 22 februari hun verhaal te vertellen en vragen van de laatstejaars te beantwoorden? Mounia, Mohamed en Atta hebben onze school al enkele jaren geleden verlaten en zitten nu in de eindfase van hun studie ... of aan het begin van een tweede studie. Alice, Yousra en Khadija zijn nieuwelingen in het hoger onderwijs, waardoor ze vooral veel konden vertellen over het aanpassingsproces.

De zes leerlingen vertegenwoordigden verschillende afdelingen (ASO, TSO en BSO) en verschillende richtingen (Humane Wetenschappen, Handel, Secretariaat-Talen en Kantoor). Bij heel wat zesdejaars leeft de angst dat ze een verkeerde keuze gaan maken. Moet de studie aansluiten bij de richting in het secundair? De twee jongens konden bewijzen dat het helemaal niet nodig was. Wie bereid is om te werken voor een studiegebied dat hem echt interesseert, maakt grote kans om die studie succesvol af te werken. Het voorbeeld van Mohamed, die als voormalig student van Kantoor aan de hogeschool Sociaal Werk was gaan studeren en nu in een schakeljaar aan de universiteit zit, volstond als bewijs. Maar ook Atta had een eigenwijze keuze gemaakt, van Secretariaat-Talen naar een opleiding in de IT, en dankzij een zomercursus wiskunde en het vereiste enthousiasme heeft hij bewezen dat ons onderwijssysteem de mensen beloont die weten wat ze willen. De oud-leerlingen die een richting hadden gekozen die wel aansloot bij hun vooropleiding konden dan weer vertellen dat de voorkennis handig blijkt wanneer je geconfronteerd wordt met het hogere tempo van de lessen.

Opmerkelijk was dat de oud-leerlingen ook het belang van de juiste schoolkeuze vermelden. Eenzelfde studierichting kan door verschillende instellingen anders aangepakt worden en niet elke aanpak past elke leerling. Werkt men met modules of met semesters? Om dit soort dingen te ontdekken, werd de laatstejaars aangeraden de openlesdagen van de hogescholen en universiteiten te bezoeken.

De stap van de vertrouwde omgeving van het secundair naar het grote onbekende van het hoger onderwijs bezorgt menig zesdejaars een zekere mate van stress. Typisch voor onze leerlingen is dat ze vrezen dat het veilige multiculturele nest vervangen zal worden door een erg witte omgeving. Bij de vragen viel zelfs even het woord ‘racisme’. De oud-leerlingen reageerden vrij fel op dit onderwerp. Ze gaven toe dat het soms eigenaardig kan aanvoelen als je de enige persoon van vreemde afkomst bent in een klas of soms zelfs  in een groot auditorium. Maar ze hadden allemaal ontdekt dat gelijkheid een vanzelfsprekendheid is in het hoger onderwijs. Nieuwe vrienden maken en netwerken opbouwen zijn essentiële onderdelen van het grote avontuur. Yousra vertelde dat de hogescholen en universiteiten dit element ook werkelijk aanmoedigen.

‘Durf grote beslissingen te nemen. Laat je niet verleiden door de vrijheid die je plots ervaart. Leer je werk goed te plannen.’ Het waren adviezen die de zesdejaars aan het einde van het gesprek meekregen. De ontmoeting heeft hen ongetwijfeld nuttige informatie gegeven en vooral gerustgesteld. De aanwezige leerkrachten waren dan weer heel blij toen Khadija toegaf dat een agenda toch wel een nuttig werkinstrument is.

Bedankt Mounia, Mohamed, Atta, Alice, Yousra en Khadija. We wensen jullie nog veel succes.

Voortstuderen